Beveiliging

Allereerst dient een analyse te worden gemaakt van de materiële en immateriële risico’s en de mogelijke gevolgen daarvan. Zodra de risico’s in beeld zijn gebracht, kan een beveiligingsplan worden opgesteld. Elk te beveiligen object is uniek, waardoor een beveiligingsplan maatwerk is, waarbij uiteraard veel rekening wordt gehouden met de wensen van de opdrachtgever. Indien gewenst of noodzakelijk geacht, nemen we contact op met verzekeraars, politie, brandweer en/of bewakingsdienst.

Een risicoanalyse en beveiligingsplan worden opgesteld aan de hand van een Verbeterde Risicoklassenindeling (VRKI). De VRKI is een instrument om het inbraakrisico van woningen en bedrijfspanden te bepalen. Aan de hand van het inbraakrisico kan worden vastgesteld welk soort preventiemaatregelen moeten worden getroffen, en van welke zwaarte. 

Een beveiligingsplan omvat het nemen van beveiligingsmaatregelen, welke zijn onder te verdelen in de volgende drie categorieën:

1. Organisatorische maatregelen 
Inbrekers blijven vaak onopgemerkt, willen snel hun slag gaan en verzekeren zich graag van vluchtwegen. U kunt het inbrekers moeilijk maken door te zorgen dat er geen zichtbelemmerende objecten rondom ramen en deuren staan (denk hierbij bijvoorbeeld aan begroeiing van bomen en planten). Verder is een goede verlichting belangrijk; bijvoorbeeld zorgen voor voldoende buitenverlichting of voor een zogenaamde schrikverlichting, die automatisch gaat branden als er iemand uw pand benadert. Tenslotte vormt een strikt afsluitbeleid en een goed sleutelbeheer voor de nodige hindernissen en levert tijdverlies op voor de inbrekers.

2. Bouwkundige maatregelen
Voor meer informatie omtrent bouwkundige beveiliging verwijzen wij u graag door naar het kopje 'bouwkundige beveiliging' in het hoofdmenu.

3. Elektronische maatregelen
Indien een inbreker ondanks uw getroffen bouwkundige en organisatorische meetregelen er toch is in geslaagd om uw pand binnen te dringen, is het zaak dit in een zo vroeg mogelijk stadium te detecteren. Wij maken hiervoor gebruik van de meest geavanceerde inbraak-detectiemogelijkheden. Veel gebruikt zijn bewegingsmelders op basis van infrarood detectie, een combinatie van radar en infrarood detectie, magneetcontacten, straaldetectie, glasbreukdetectie, overvalknoppen, etc.

Het gebruik van de componenten is afhankelijk van de te beveiligen ruimte(n), waarbij elk component een specifieke toepassing heeft. De componenten van de alarminstallatie sturen bij detectie direct een signaal naar een centraal meldpaneel, welke er voor zorgt dat een alarm wordt gegenereerd. Dit kan een stil alarm zijn, dat via een automatische telefoonkiezer naar een Particuliere Alarm Centrale gaat, die dan vervolgens de sleutelhouders en eventueel de politie waarschuwt. Naast het stille alarm kan gebruik worden gemaakt van een luid alarm voor zowel binnen als buiten, om de inbreker zich niet op zijn of haar gemak te laten voelen en bewoners of omwonenden te waarschuwen. Een optisch signaal aan de buitengevel geeft snel de juiste locatie aan voor gewaarschuwde personen en/of hulpdiensten.